Dagboek van Brooklyn - 26 mei 2020

De komende 3 weken probeer ik zoveel mogelijk dagboekfragmenten van Boden en Brooklyn te schrijven om je een idee te geven wat het is voor een hond om in een nieuw gezin te worden opgenomen en wat het is voor de hond van het gezin om er plots een soortgenoot bij te hebben. In beide gevallen zijn er angsten en onzekerheden, maar zeker ook positieve dingen. Hoewel we natuurlijk nooit zeker weten wat een hond voelt of denkt, probeer ik uit de taal van de hond zoveel mogelijk te halen om een realistisch beeld te schetsen. Ik hoop dat je hier wat aan hebt en wens je heel veel leesplezier. 







DAGBOEK VAN BROOKLYN

26 mei 2020

Ik jank tijdens de nacht. Het is hier zo donker en ik hoor rare geluiden buiten. Wat is dat? Ik ben zo alleen... Ik verleg me een aantal keer in mijn bench. Er komt niemand. Ik slaap nog maar wat dan.
Jah, ik hoor eindelijk iemand. Joepie! Goeiemorgen, Xana en mama!! Oei, Boden blaft.
Ik doe buiten meteen pipi. Wat zijn ze weer blij! Als ik kaka doe, zijn ze weer blij.
Boden is er ook. Hij doet ook pipi en kaka. Daar zeggen ze niks over. Waarom zijn ze niet blij als hij pipi en kaka doet?
Ik ben niet meer zo bang van hem. Hij nodigt me uit om te spelen. Ik doe even mee. Beetje leuk, maar ook een beetje eng.
Ontbijt in m’n Kong. Oei, hoe moet dat? Ik weet het niet goed. Het goedje plakt zo. Ik...krijg...het...er...niet...uit... Aaaaaaarrrggghhh. Ik word er gek van!!! Mama helpt me een beetje, dat is goed.
Ik krijg mijn harnasje aan. Boden ook. Oei, de poort gaat open. Waar gaan we naartoe? Wat is er? Oei, ik ben een beetje bang. Ik hoor iets. Wat is dat? Wat maakt het veel lawaai!! Xana draait terug met Boden. Wat gebeurt er? Wat een lawaai! Ik krijg een beetje eten wanneer het geluid dichterbij komt. Lekker, maar ai, wat is dat? Het was een grote auto met heel grove banden, een auto dat veel te snel reed, zeiden mama en Xana. Blij dat dat voorbij is. Boden was ook een beetje bang. Hij kreeg ook wat voer.
Nog lawaai, gekletter. Wat is dat? Oh nee! Er komt iets groots geels aan. Er hangt een bestelwagen aan. Wat is dat? Ik hoor zeggen takelwagen. Het komt dichterbij, mama geeft me weer wat lekkers. Oké, niet zo heel eng, misschien.
Waar gaan we naartoe? De grond is hard en aan de zijkant zacht. We moeten oversteken. Oh, ik durf niet zo goed. Mama leidt me door een weggetje. Ik zie Boden en Xana lopen, maar ik durf niet verder of dichter gaan. Ik ben onzeker. Ik krijg wat lekkers, oké, misschien toch niet zo eng. Ik ga wat verder. Ik hoor mijn naam, ik weet nu dat ik Brooklyn heet. Ik denk het toch... Dat zeggen ze vaak tegen me.
We wandelen een stukje verder. Oooh, ik vind het spannend. Ik krijg wel veel lekkers. Nomnomnom. Ik ga zitten, ik ben moe. Jeetje, wat is dit moeilijk. Ik mag teruggaan. Maar hé, Boden en Xana gaan niet mee! Oh nee, wat nu? Mama neemt me mee. Wat is dat daar? Een hond? Ja, een hond! Oh jee, wat moet ik nu doen? Mama, help! Ik blaf een beetje. Ik ben bang voor de andere hond. Mama helpt me. De hond komt dichter en dichter. Ik blaf weer even. De hond gaat weg samen met een mevrouw.
Ik hoor Xana roepen ‘alles oké daar?’. Nee, niet alles oké, dat was eng! Mama zegt dat het oké is. Plots komen Xana en Boden terug aangelopen. Ze komen ons helpen! Boden ruikt de andere hond. Xana geeft hem voertjes. Hij is kalm. We gaan terug. Boden en Xana draaien toch nog een ander padje in. Hééé, nee, ik wil dat niet! Ze gaan verder en verder. Ik zie Boden achteromkijken. Ik doe het ook. Ze draaien terug. Ze komen ons tegemoet. We gaan terug naar huis.
Op straat zien we nog mensen op twee wielen. Die lijken me nu wel oké.
We zijn terug thuis. Ik ben kapot. Ik mag gaan slapen.

Xana maakt zich klaar. Ze gaat weg. Ik blijf bij mama. Boden ligt in de living, ik in de keuken.
Boden blaft naar Lola. Waarom doet hij dat? Ze lijkt me wel lief... Wat is er toch mis? Ik ga nog een beetje slapen. Mama laat me even buiten om pipi te doen. Gelukt! Ze is weer blij!
Xana komt terug thuis. Oeh, ze ruikt naar andere hond! Waar komt ze vandaan? Ze begroet Boden eerst en dan mij. We mogen even mee buiten. Ik doe pipi. Wat is het heerlijk weer! Lekker warm! Ik word er vrolijk van! Ik wil spelen! Ik vraag Boden. Ja, hij wilt ook spelen! Beetje leuk, beetje eng. Ik vind hem een beetje wild. Ik hoor het Xana ook zeggen dat hij rustig moet zijn. Gelukkig, ze vindt dat ook. Ik loop nu ergens in de tuin waar ik nog niet ben geweest. Wat is dit? PLONS! Kopje onder! Blub, blub, oh nee, nat en koud! Wat was dat? Ik doe mijn kop boven water. Ik zet mijn pootjes op de kant, Xana komt me helpen. Ze trekt me uit het water. Brrr, wat was dat koud. Ik zie paniek op de gezichten van mama en Xana. Ik schud en schud, maar blijf nat. Wat nu?
Mama maakt me terug nat! Wel met warm water. Gelukkig. Ieuw, wat is dat? Schuimig iets?! Het ruikt gek. Terug warm water. En dan handdoeken. Grrrr...knapknap, ik speel ermee. Oei, dat mag niet. Ze moeten met me lachen. Ik schud en schud. Mijn lange staart zwiept nat. Ik word er een beetje zotjes van, ik loop en loop en schud en daag Boden uit. Maar wat ben ik ineens moe! Ik moet naar binnen.
Ik pak een papier dat in een kastje ligt. Ik pak een handdoek. Ik pak de vod. Ik pak een deurknopje van de keuken. Ik zie iets op de keukenkast en probeer het te pakken. Wat is dat? Brr, ik heb het koud. Ik ga liggen op een dekentje. Koud. Koud. Ik krijg nog meer kou, maar ben zo moe... Er komen extra dekens aan. Ja, ik maak ze op tot een bolletje zodat ik warmer lig. Beter. Nee, toch niet, brr, brrr, brrrr... Ik val wel zachtjes in slaap. Ik voel ineens iets lekker warms tegen mijn buikje. Aaron komt bij me zitten. Hij is ook lekker warm. Oh, lekker waaaarrmmmm...zzzzzzzz... Xana gaat bij Boden zitten. Aaron en mama blijven bij mij. Goed, ik slaap lekker verder. Boden blaft naar de katten. Waarom doet hij dat? Ze zien er lief uit. Ik blaf omdat ik niet goed weet wat ik moet doen.
Ik slaap weer verder.

Ik word wakker en moet pipi doen. Mama laat me buiten. Xana en Boden komen ook. Ze spelen spelletjes. Ik wil ook! Mama neemt me mee naar de straatkant. Ik krijg voertjes voor elke auto en fietser dat passeert. Toffe dingen, die auto’s en fietsers!
Ik maak kennis met het hok in de tuin. Dat herken ik een beetje. In Spanje leek het daar ook wat op. Ik vind het niet zo eng. Het ruikt hier wel anders, maar wel goed ook. Er is een stukje gras aan ook. Leuk!
Xana komt met het harnasje. Ik doe het graag aan. Ik vind het leuk, het betekent dat we iets gaan doen. Joepie! Ik doe zo van zit en ik doe zo van liggen. Ik hoor ‘nice’ en krijg er een lekker voertje voor. Tof! Haha, Xana doet me 8tjes tussen haar benen maken. Wat leuk! Aan de leiband wandelen vind ik toch nog een beetje eng, maar ik krijg er voertjes voor. Dan moet ik mezelf bedwingen: Xana houdt een voertje in haar hand. Wat is het moeilijk om te weerstaan! Ik doe het en dan krijg ik het. Ik snap het spelletje al snel! Ik doe alsof ik het niet zie of ruik en dan krijg ik het: simpel!
Oei, Boden blaft opeens. Er zijn auto’s. Ik blijf even alleen in het hok. Oké, ik wacht wel. Xana komt met Boden aan. Hij komt ook mee binnen. Xana geeft he voertjes voor rustig zijn, mij ook. Ik ben rustig. Ik ben niet zo bang. Ik weet dat er me hier niets overkomt. Ik hoor Aaron praten met iemand, een meneer. Boden vindt het een beetje eng, hij piept even. Hij krijgt een voertje als hij terug rustig is. Ik ook. Ik vind de meneer z’n stem niet zo eng.
We mogen terug uit het grote hok. We kunnen eventjes spelen. Leuk! Ik ben niet meer bang voor Boden. Enkel wanneer hij een beetje wild is.

We gaan terug naar binnen. Boden blaft weer naar de katten. Waarom? Ik snap het niet? Snapt hij het wel?
Als hij niet blaft, zegt Xana dat hij een flinke jongen is. Ik ben ook een flinke meid. Boden gaat naar z’n bedje. Ik ga naar het mijne. Ik pak een speeltje en knaag erop. Leuk!
Ik val lekker in slaap in de keuken bij de mensen.
Ik ben weer wakker! Ik sta op en begin te spelen. Oesje, ik moet pipi doen. Ik ga zitten. Oh, Xana komt me halen en neemt me mee naar buiten. Buiten doe ik verder pipi. Ze is blij! Oh, nu ook kaka doen! Ik ben een beetje op mijn hoede waar ik kaka doe en wanneer. Ik let goed op en kies zorgvuldig mijn plekje. Wat leuk dat ze hier struiken hebben waar ik goed in kan gaan zonder dat teveel volk me ziet.

Weer binnen, blaft Boden weer naar de katten. Ik snap het niet... De mensen ook niet... Hij is nerveus, ik ruik het. Zij zijn het ook, de katten. Wat nu? Boden krijgt een stevige ‘nee’ te horen. Hij stopt even.
Het gaat nog een paar keer door dat hij naar de katten blaft. Ik snap het niet. Ik weet niet wat er gebeurt.
De katten gaan naar boven. De rust keert weer... Ik val rustig in slaap. Ik ben nog wat onwennig, dus bij het minste geluid word ik wakker. Ik heb grote oren waar ik heel goed mee kan horen.

We gaan nog een laatste keer pipi doen en dan in onze bench. Oh jee, ik ben alleen. Het is zo donker. Ik hoor iets! Nee, toch niet... Jawel, ik hoor wel iets! Wat is dat? Ik weet het niet. Ik jammer een beetje, misschien komen de mensen dan terug. Ze komen niet, ik probeer nog luider. Nee, niets. Ik jammer nog een beetje. Ik blaf zachtjes. Ze zijn weg. Ik ben helemaal alleen. Maar ik ben ook moe... Ik vecht tegen de slaap, maar kan niet winnen... Slaapweeezzzzzzz....



Beoordelingen

Er zijn geen beoordelingen gevonden.


Blog